VRIJE LIJNEN | jrg. 31 (2010) nr. 1
De vrije lijn, hier gedefinieerd als niet dienstbaar aan figuratie en in zekere mate onafhankelijk van de wil van de maker, duikt op uiteenlopende manieren op in het werk van kunstenaars en kunsttheoretici. In de geschiedenis van de moderne kunst worden er soms esthetische kwaliteiten aan toegekend, op ander momenten gaat het om de uitdrukking van het onderbewuste van de kunstenaar of juist om de mogelijkheid om middels vrije lijnen tot ‘onpersoonlijke’ beelden te komen. In dit nummer van Kunstlicht worden de verschillende opvattingen en toepassingen van de vrije lijn verder onderzocht.
De aanleiding voor dit themanummer was een werkcollege aan de Vrije Universiteit. Jos ten Berge was docent van het werkcollege en tevens initiatiefnemer van dit themanummer. De redactie van Kunstlicht wil hem heel hartelijk danken voor zijn grote betrokkenheid bij de samenstelling van dit nummer van Kunstlicht.
Inhoudsopgave:
‘Taking a line for a walk’: Vrije lijnen in de moderne kunst (inleiding) Jos ten Berge
Esther van den Bol Het oog van de beschouwer: Eye tracking in de kunst
David Maclagan Automatic pilot: The doodle, instinctual creativity and automatism
Jos ten Berge Droedels of kunst? De ‘abstracte ornamenten’ van Adolf Hölzel
Graham Birtwistle Spontaniteit
Jesse van Winden Asger Jorn: kunst als natuur
Karel Jan Vollers Lyriek van de gebogen lijn (column liefde voor kunst)
Lex Hermans Alles wat zuilen heeft is klassiek: Aspecten van de classicistische architectuur in Nederland, 1765-1850
Stefan de Graaf Kunstgeschiedenis en interdisciplinariteit: kiezen of delen? Een verslag van een discussie over grenzen en gemene delers (symposiumverslag 30 jaar Kunstlicht)
Marieke Jooren Afscheid |