Op deze pagina’s vindt u een overzicht van alle nummers die sinds 1980 zijn verschenen.
Alle Kunstlichtnummers ouder dan twee jaar zijn online te raadplegen. Klik daarvoor op de -button achter de titel. Voor volledige zoekfunctionaliteit kunt u het digitale Kunstlichtarchief via de website van de Universiteitsbibliotheek van de VU raadplegen.
Nummers uit de periode 2000 tot heden kunt u in de meeste gevallen (na)bestellen. Deze nummers zijn voorzien van een korte omschrijving en te herkennen aan de -button, waarmee u bij het bestelformulier komt. |
VORMEN VAN HET ARCHIEF / SHAPING THE ARCHIVE | jrg./Vol. 32 (2011) nr. 4 
for English editorial and abstracts, please see below
Redactioneel
Vormen van het archief richt zich op wat vrij naar Hal Foster de ‘archiverende impuls’ genoemd kan worden: de aandrang van kunstenaars, ontwerpers en architecten om grote hoeveelheden materiaal te verzamelen, selecteren, rangschikken en publiek te maken. Hoewel vergelijkbaar in basisconcept, verschillen deze projecten hemelsbreed in intentie en uitvoering. Sommige archieven zijn bedoeld als traditionele ‘verzamelingen’, andere zijn beschouwingen op de ‘orde der dingen’ of fungeren als autobiografische reconstructies. Wel lijkt in alle gevallen de organisatie van het materiaal cruciaal. Of het nu gaat om Andy Warhols Time Capsules, Gerhard Richters Atlas, de ‘collecties’ van Tacita Dean of de ‘combinaties’ van Sam Durant, om maar een aantal willekeurige archiverende projecten te noemen, uiteindelijk blijkt het de vorm van het archief die betekenis ontsluit.
|
|
Lees meer / Geselecteerde artikelen / Editorial / Abstracts / Featured Articles
|
MEDIALITEIT / MEDIALITY | jrg./Vol. 32 (2011) nr. 3 
for English, please see below
Redactioneel
Het medium heeft een eigen agenda
De titel van dit nummer, Medialiteit, verwijst naar de gecompliceerde status van artistieke media. De vanzelfsprekendheid waarmee de Schone Kunsten werden afgebakend, heeft in de loop van de twintigste eeuw plaatsgemaakt voor discoursen waarin artistieke media telkens opnieuw worden benoemd, bewapend en bevochten. Het definiëren van artistieke media hangt immers nauw samen met het in- en uitsluiten van kunstvormen en heeft dus gevolgen voor carrières en canons. Deze dynamiek trad in de negentiende eeuw aan het licht met de opkomst van de fotografie en bereikte een voorlopig hoogtepunt in het Amerikaans modernisme van de jaren 1950 en 1960. De ideologie van mediumspecificiteit, die kunstenaars aanzette tot het werken vanuit de intrinsieke ‘logica’ van het gebruikte medium, werd vervolgens ontmanteld. Zo beschouwde John Baldessari het medium als een middel (een van de letterlijke betekenissen van het woord) om een idee zo goed mogelijk vorm te geven. Rosalind Krauss benadrukte dat een enkel of gecombineerd medium een specifieke betekenis kan krijgen wanneer de kunstenaar het doelbewust toepast.
|
|
Lees meer / Geselecteerde artikelen / Editorial / Abstracts / Featured Articles
|
VOLGENS PLAN. ARCHITECTUUR EN STEDENBOUW | jrg. 32 (2011) nr. 1/2 
Volgens plan is gewijd aan de planning en verbeelding van de contemporaine stad. ‘De stad’ is een veelomvattend begrip. In dit nummer wordt bekeken wat de stad is of kan zijn. De stad staat tegenwoordig immers voor diverse problemen en uitdagingen, onder meer op het gebied van immigratie, herstructurering en duurzaamheid. Hebben al deze ontwikkelingen tot gevolg dat de stad door haar inwoners op een andere manier wordt gezien en gebruikt? En verlopen de stedelijke groei en ontwikkeling, elk onderhevig aan veel plannenmakerij, daadwerkelijk volgens plan of valt daar het een en ander op af te dingen?
De stad wordt gemaakt door zijn inwoners, zijn ontwerpers en de opdrachtgevers, en de stedelijke architectuur is daar een weerslag van. Met het oog op deze diverse, samenhangende factoren heeft de redactie gekozen voor een brede invalshoek. De stad wordt behalve vanuit een architectuurhistorisch perspectief ook vanuit het oogpunt van de beeldende kunst, de fotografie, de antropologie, de monumentenzorg en de museumpraktijk bekeken. Hierbij worden steden en stedelijke gebieden in zowel Nederland als in het buitenland belicht.
Lees meer - Inhoudsopgave - Contents |
BEELDENDE KUNST + ARCHITECTUUR | jrg. 31 (2010) nr. 3/4 
Dit nummer staat in het teken van situaties waarin beeldende kunst en architectuur een artistieke relatie met elkaar aangaan. Aanleiding hiervoor waren de recente op monumentale kunst gerichte programma’s van verschillende erfgoedorganisaties en de reeks werkcolleges van kunsthistoricus Jonneke Jobse van de Vrije Universiteit Amsterdam, waarin zij met studenten onderzoek deed naar de Nederlandse monumentale kunst uit de wederopbouwperiode (1945 tot circa 1965). Een aantal van de onderwerpen die in dit nummer worden behandeld – maar zeker niet alle – bevindt zich dan ook op het snijvlak van de actuele, soms politiek beladen erfgoedproblematiek en het slechts deels ontgonnen kunsthistorische studiegebied van de monumentale kunst uit de wederopbouwperiode. Vragen omtrent de mate waarin beeldende kunst en architectuur te verenigen zijn, welke artistieke principes daarbij als leidraad kunnen of moeten dienen, welke maatschappelijke boodschap uitgaat van of weerklinkt in een multidisciplinair samenwerkingsverband, en hoe de uiteindelijke resultaten gewaardeerd werden en (kunnen) worden, komen daarbij telkens aan bod.
Lees meer - Inhoudsopgave - Contents |
DUURZAAMHEID | jrg. 31 (2010) nr. 2 
De gemiddelde westerling wil zich graag milieubewust en aan verspilling onschuldig voelen, maar beleeft het bewustwordingsproces misschien vooral als een hype: onbewust en voorlopig vrijblijvend. Wie zich incidenteel laat verleiden tot het aanschaffen van biologische supermarktproducten, en net zoals de rest van het land gloeilampen door spaarlampen heeft vervangen, is misschien juist minder bewust van zijn directe invloed op de planeet. Er wordt immers collectief een duurzaamheidlinie in stelling gebracht die niet zelden commercieel van aard is. Achter deze groene linie kan menig consument zich comfortabel verschansen, beschermd tegen allerhande doemscenario's.
|
|
Lees meer - Inhoudsopgave - Contents
|
VRIJE LIJNEN | jrg. 31 (2010) nr. 1
De kracht van lijnen, of het geloof in hun kracht, was het leidmotief voor het werkcollege Vrije lijnen in de moderne kunst dat in het najaar van 2008 aan de Vrije Universiteit in Amsterdam werd gegeven. Naar aanleiding van dit werkcollege, en in nauwe samenwerking met docent kunstgeschiedenis - en initiatiefnemer van dit nummer - Jos ten Berge, is dit Kunstlichtnummer Vrije lijnen tot stand gekomen. Aan bod komt onder meer een uiteenzetting van het begrip 'vrije lijn' aan de hand van theorieën en praktijken in de moderne kunst. Verder wordt aandacht besteed aan de droedel (zgn. gedachteloze krabbels) in de kunst, de écriture automatique, aan het 'willekeurig scheppen', aan golvende lijnen binnen architecturaal ontwerp, en aan de begrippen spontaniteit en intuïtie binnen de beeldende kunst.
|
|
Lees meer ...
|
30 JAAR KUNSTLICHT: KUNSTGESCHIEDENIS EN INTERDISCIPLINARITEIT | jrg. 30 (2009) nr. 3/4   Hoe bepaal je de economische waarde van een monument? Hoe kunnen esthetica en kunstgeschiedenis samengaan? Is de oorsprong van de kunstkritiek niet hoofdzakelijk literair? Wat kan kunsthistorici overkomen bij kwesties over echt en vals? Hoe kan vanuit kunsthistorisch oogpunt een bijdrage worden geleverd aan een beter begrip van reclame? Wanneer wordt interdisciplinair ongedisciplineerd?
|
|
Lees meer ...
|
THUIS - WOONCULTUUR & INTERIEUR DOOR DE EEUWEN HEEN | jrg. 30 (2009) nr. 1/2   ‘Thuis’ is dé plek waar ontwerp, geschiedenis en cultuur samenkomen. Desondanks is de bestudering van het interieur binnen de architectuurgeschiedenis een tamelijk verwaarloosd gebied. Naar aanleiding van een onderzoekswerkgroep aan de Vrije Universiteit besloot Kunstlicht dit onderbelichte aspect van de Nederlandse architectonische cultuur onder de aandacht te brengen. Behalve de rol van de interieurarchitect komen in dit nummer ook het beheer en de waardering van historische interieurs aan bod.
|
|
Lees meer ...
|
LICHTKUNST IN DE OPENBARE RUIMTE | jrg. 29 (2008) nr. 4 
Onder kunstenaars, architecten en ontwerpers genieten de diverse toepassingen van het medium licht in de openbare ruimte toenemende belangstelling. De aandacht voor dit fenomeen vanuit wetenschappelijke hoek blijft echter summier. Dit nummer poogt een beter inzicht te verschaffen in het fenomeen lichtkunst in de openbare ruimte. Naast drie uitgebreide artikelen bestaat het nummer uit vier interviews en een korte, essayistische bijdrage.
|
|
Lees meer ...
|
HEDENDAAGSE RELIGIEUZE BEELDTAAL | jrg. 29 (2008) nr. 3 
Er is de laatste jaren veel aandacht voor hedendaagse religieuze kunst. Het blijft echter goochelen met de kaders en definities: is alle moderne kunst intrinsiek religieus of bestaat er uberhaupt geen religieuze kunst meer? In dit nummer wordt ingezoomd op christelijke beeldtaal die gebruikt wordt in een profaan kader en vice versa. Er komen uiteenlopende opvattingen aan bod die worden beargumenteerd vanuit museale, wetenschappelijke of opiniërende achtergrond.
|
|
Lees meer ...
|
RECENTE MUSEUMKWESTIES | jrg. 29 (2008) nr. 1/2 
Er zijn polemieken genoeg in museumland: van de oprichting of verbouw van een museum, de restitutie van roofkunst tot het afstoten van objecten. Kunstlicht wil met dit nummer op een meer bespiegelende manier stilstaan bij een aantal recente museumkwesties en ze voorzien van een theoretisch en/of historisch kader. Zeer uiteenlopende musea komen aan bod: van beeldende kunst en architectuur tot beeldcultuur en cultuurhistorie. De onderwerpen hebben onderling meerdere raakvlakken waaruit blijkt dat veel museumkwesties disciplineoverstijgend zijn.
|
|
Lees meer ...
|
|
|